De afschuifsterkte van een bodem is afhankelijk van verschillende eigenschappen van de bodem, zoals: de korrelsamenstellingen, het gehalte humus, de vochtigheidsgraad en (in het geval van met vegetatie bedekte gebieden) de mate van bedekking en de dichtheid van de wortels. Teneinde de afschuifspanning in de lagen van bijvoorbeeld een profielkuil, aan het oppervlak (van bijvoorbeeld sportterreinen), op de bodem van een boorgat of in een monster te bepalen, zijn verschillende afschuifspanningsmeters ontwikkeld.
Principe
Het principe van deze afschuifspanningsmeters is eenvoudig: een as met vinnen of schoepen eraan wordt verticaal in de bodem geplaatst, waarna hij met een bepaalde snelheid en kracht wordt rondgedraaid. De kracht die wordt uitgeoefend op het moment dat de bodem breekt, wordt gemeten en daaruit kan de afschuifspanning op de plaats van de meting worden berekend. Afhankelijk van de grondsoort kunnen verschillende vinnen worden gebruikt.
Lichtgewicht vane tester, standaardset voor metingen tot 200 kPa (20 T/m2) en een diepte van 3 m.
De lichtgewicht vane tester kan worden gebruikt om de maximale afschuifspanning te bepalen die op een bodem kan worden uitgeoefend. Metingen kunnen zowel in het veld (aan het oppervlak, in profielkuilen of op de bodem van boorgaten) als in het laboratorium (op monsters) worden uitgevoerd.
De afschuifspanning die wordt gemeten, kan worden afgelezen op een duidelijke ronde schaal. In zachte bodems is het niet nodig eerst een boorgat te maken. Om de wrijving op de verlengstukken te meten is voor zulke situaties een dummy vane beschikbaar.
De standaardset bevat onder andere: een lichtgewicht vane tester, met drie soorten vinnen (16 x 32, 20 x 40 en 25,4 x 50,8 mm) en een dummy vane, verschillende verlengstukken, steeksleutels en een stevige draagtas.