Een driepoot is een essentieel onderdeel van een pulsboorinstallatie. Ook bij boringen tot grotere dieptes of bij toepassing van zwaardere boor- of monsternemingsapparatuur is een driepoot noodzakelijk.
Bij de keuze van een driepoot zijn werkhoogte, gewicht en maximale belastbaarheid (=trekkracht) veelal beslissende factoren. Het toepassingsgebied is echter dermate groot, dat de keuze van de te gebruiken driepoot erg afhankelijk is van het soort werk, dat eventueel naast het verrichten van grondboringen met de gekozen driepoot moet worden uitgevoerd.
Programma
In het programma zijn een lichte (trekkracht volgens ARBO 4 kN) en een zware (trekkracht volgens ARBO 15 kN; max. toelaatbare belasting 18 kN) uitvoering opgenomen. Elke poot van de driepoot bestaat uit drie delen. Bij beide driepoten zit bovenin een klapblok bevestigd, welke gebruikt wordt als geleiding voor de kabel van de bij de driepoot te gebruiken handlier.
De poten van de zware driepoot zijn aan de onderkant voorzien van een punt om wegglijden te voorkomen. Ter vergroting van de draagkracht, in met name drassige bodems, wordt voor iedere poot een losse grondplaat meegeleverd.
De kleine driepoot is standaard uitgerust met voetplaten.
De zware driepoot is voorzien van een frame ter bevestiging van de zware handlier en kan worden voorzien van 5 klimsporten.
Eisen
De 3-delige aluminium driepoten voldoen aan de specifieke eisen welke aan lichte, gemakkelijk hanteerbare driepoten worden gesteld. De onderling zeer snel te koppelen delen hebben een beperkte lengte, waardoor het geheel eenvoudig en snel is op te zetten. Het hoogwaardige aluminium is licht van gewicht en vergt praktisch geen onderhoud. Vanwege het beperkte gewicht en de geringe lengte van de verschillende onderdelen zijn de driepoten gemakkelijk te transporteren (ook in een normale stationwagen).