Met behulp van het Akkerman-steekapparaat worden monsters genomen in roestvaststalen monsterbuizen, in boorgaten of boorbuizen (zowel boven als onder het grondwaterpeil, boorbuizen met een minimale diameter van 100 mm) tot een maximale diepte van 50 m. Het Akkerman-steekapparaat wordt gebruikt in combinatie met een statief en een handbediende lier. De monsterbuis wordt met een valhamer in de grond gedreven. Na de monstername kan de monsterbuis worden afgesloten met de polyetheendeksels. Een monster in een monstergoot kan voor transport worden klaargemaakt door de buis af te dekken met een andere monstergoot, de naden te sluiten en de beide uiteinden met deksels af te sluiten.
Het hydraulische uitdrukapparaat kan alleen worden gebruikt om het monster uit de gewone monsterbuizen te drukken. De buizen met een core catcher kunnen niet met dit uitdrukapparaat worden geleegd. Het monster moet daaruit worden verwijderd door te tikken of aan de kunststoffen folie te trekken waarin het monster zich bevindt (als voor de monstername folie in de core catcher was aangebracht).
Met behulp van een verbindingsset, die geen deel uitmaakt van de standaardset, kan in het laboratorium een onmiddellijke uitloogtest worden gedaan, zonder eerst het monster uit de monsterbuizen te hoeven verwijderen.
De standaardset omvat onder andere de volgende zaken: een Akkerman- steekapparaat, een valhamer, verscheidene monsterbuizen met en zonder core catcher, kunsttoffen monsterfolie, monsterbuizen, polyetheendeksels en een hydraulisch uitdrukapparaat voor de monsterbuizen.