Wortelonderzoek wordt gedaan om een beter inzicht te krijgen in de mogelijkheden voor wortelgroei (diepte en concentratie) van het wortelstelsel van bomen en planten. In het algemeen is het voor alle planten van belang dat ze over een dicht, uitgestrekt wortelstelsel in de bodem beschikken. Een groot wortelstelsel geeft de plant de mogelijkheid om een groot bodemvolume te exploiteren. Als voldoende water en voedingsstoffen aanwezig zijn, zal er meer absorptie plaatsvinden als het wortelstelsel uitgebreider is. Het bestuderen van de beworteling is ook een nuttig hulpmiddel bij het lokaliseren van fysische en/of chemische barrières in het bodemprofiel. Als het onderzochte wortelstelsel aanzienlijke afwijkingen vertoont van een 'gewoon' wortelstelsel, dan komt dat gewoonlijk door de volgende profielkarakteristieken:
- Aanwezigheid van moeilijk doorwortelbare lagen.
- Scherp contrast in het profiel, bijv. klei naar zand.
- Hoog grondwaterpeil.
- Sterk fluctuerend grondwaterpeil.
- Zure lagen.
De eendelige wortelboor wordt gebruikt om ongeroerde monsters te nemen voor wortelonderzoek in bodems met een lage penetratieweerstand. Monsters met een lengte van 15 cm zijn te nemen tot een diepte van max. 1 m.